Wist je dat het meeste full-colour drukwerk eigenlijk maar uit 4 kleuren bestaat? Dit zijn de CMYK-kleuren, de vier kleuren waarmee doorgaans gedrukt wordt. In deze Basiskennis vertel ik wat CMYK-kleuren zijn en hoe die gedrukt worden.

CMYK

Als we in de grafische wereld spreken over drukken in full-colour dan betekent dat er gedrukt wordt in vier kleuren. Dit noemen we de CMYK-kleuren.

CMYK (spreek uit, smeijk, smik of zie-em-wai-kee, wat je wil) zijn de inktkleuren Cyaan (blauw), Magenta (rood/roze), Yellow (geel) en Key (zwart).

Praktisch alles wat op papier gedrukt wordt in full-colour is een combinatie van deze vier drukkleuren. 


CMYK waarden

Door de vier inktkleuren bepaalde percentages te geven kan nagenoeg elke kleur, foto en illustratie gedrukt worden. Zo kan bijvoorbeeld een tint groen worden samengesteld door de kleuren cyaan en geel te combineren. De exacte kleur of tint in CMYK wordt bepaald door een specifieke combinatie van de vier kleuren en zo heeft elke kleur z’n eigen CMYK-waarde.

De kleur die hiernaast wordt gebruikt bijvoorbeeld is een combinatie van 26% cyaan, 0% magenta, 100% geel en 12% zwart. We noemen deze kleur dan dus 26/0/000/12. Ook foto’s en illustraties worden gedrukt in 4 kleuren en worden opgebouwd uit rasterpuntjes.


Rasterpuntjes

Om CMYK-waardes te kunnen drukken in full-colour worden digitale ontwerpen omgezet naar kleine puntjes die verspreid worden over een raster. Deze rasterpuntjes zijn vaak met het blote oog niet zichtbaar. Elke CMYK-kleur wordt omgezet naar z’n eigen raster. Als je de rasters van meerdere CMYK-kleuren combineert worden ze optisch gemengd en je ogen maken daar dan een kleur van.

Hiernaast zie je drukwerk gezien door een loop. Je ziet duidelijk de rasterpuntjes. Door ruimte te laten tussen de puntjes wordt het wit van het papier ertussen zichtbaar en wordt een kleur lichter. Wit hoef je dus niet te drukken*. Door puntjes dichter op elkaar te drukken wordt een tint zwaarder. 100% kleur noemen we een volvlak, dan is er geen ruimte tussen de rasterpuntjes.

Je kan gedrukte rasterpuntjes dus goed zien als je door bijvoorbeeld een vergrootglas naar drukwerk kijkt, maar ga ook eens dichtbij een groot formaat poster staan zoals bijvoorbeeld een abri in een bushokje. Meestal kan je de rasterpuntjes dan met het blote oog zien, aangezien grote formaten in grovere rasters worden gedrukt. Je zal dan zien dat het maar om vier kleuren puntjes gaat.

* Op een gekleurd oppervlak (bij bijvoorbeeld zeefdruk) wordt vaak wel een witte inktlaag gedrukt.


Pre-press

De juiste omzetting van CMYK naar de juiste rasterpuntjes hoef je als vormgever/dtp’er niet gelukkig zelf te bepalen. De CMYK waardes worden in de pre-press* softwarematig omgezet in rasters door middel van een RIP, Raster Image Processor). Dit wordt gedaan bij een drukkerij, daar hebben ze de beschikking tot de benodigde software en kleurprofielen voor de beste omzetting naar een raster.

Per CMYK-kleur wordt een aparte drukplaat gemaakt. Via deze platen worden de CMYK-inktkleuren op de drukpers in volgorde op papier overgedragen.

In het verleden zat hier nog de lithograaf tussen. Bij lithografie werden de ontwerpen eerst overgezet op transparante vellen (films) die vervolgens bij de drukker overgezet werden op drukplaten. Met de komst van het digitale PDF-formaat is hier veel in veranderd; de lithograaf is verdwenen uit het drukproces en via PDF’s worden nu vanuit de computer direct op drukplaten gezet.

CMYK heeft wel wat kleurbeperkingen; het kleurenspectrum van CMYK heeft een wat minder breed bereik dan bijvoorbeeld die van RGB, wat de kleurenstandaard is voor beeldschermen. Daarom zie je vaak dat felle kleuren op je scherm wat fletser kunnen worden als ze gedrukt worden. Dit is (deels) op te vangen door het gebruiken van Pantone-kleuren. In een volgende basisvorm schrijf ik meer over RGB en over Pantone-kleuren.

* Prepress = Het proces van het overzetten van het ontwerp in de computer naar de drukpers (letterlijk vóór de pers).


Back to Top